Wetenschap

Primaire wetenschappelijke motivatie voor de HSM is het gebrekkig meenemen van natuur- en landschapseffecten in Maatschappelijke Kosten Baten Analyses van Integrale gebiedsontwikkelingsprojecten en milieu-effectrapportages (zie Sijtsma et al. 2009 lees meer...en interne notitie PBL). In die Maatschappelijke Kosten Baten Analyse wordt sterk ingezet op monetaire waardering van landschapseffecten. Anders dan bij andere effecten in de MKBA blijkt echter dat de ideale basis voor die monetarisering, de preferenties van individuen in de betrokken populatie, nauwelijks worden benut. De gebruikte monetariseringen bevatten dan ook weinig informatie. Vanuit het landschapsonderzoek zijn wel verschillende methoden voorhanden om landschapsvoorkeuren te meten (m.n. de SPEL methode; het BelevingsGIS; Belevingswaardeonderzoek) maar er zijn diverse knelpunten om de daarmee verzamelde gegevens goed te benutten voor maatschappelijke afwegingen zoals de MKBAs van gebiedsontwikkelingsprojecten. De methoden zijn ruimtelijk te weinig specifiek en vaak niet helder over de impactpopulatie. Dat wil zeggen Groningen Arnhem het is vaak niet duidelijke wiens voorkeurenmee tellen: lokale, regionale of nationale? Daarnaast zijn SPEL en het Belevingswaardeonderzoek respectievelijk tamelijk en zeer zeer tijdrovend om in te zetten. Voor meer achtergrond: Sijtsma, Van Kampen en Farjon

Binnen milieu-effectrapportages wordt voor het beoordelen van landschappelijke gevolgen vooral gewerkt met het oordeel van van deskundigen. De impacts worden qua meettechniek niet gemonetariseerd, zoals in de MKBA maar worden weergegeven in ordinale (+,0,-) scores waarbij het vooral gaat om projectspecifieke relatieve scores. Zowel het enkel varen op het oordeel van deskundigen als het ordinaal en projectspecifiek meten beperken de mogelijkheden voor het beoordelen van een project aanzienlijk.

Van uit deze situatie ontstond het idee om een snel inzetbaar digitaal en internet gebaseerd instrument, te ontwikkelen waarin individuen kunnen worden gevraagd naar plekken en gebieden die zij zeer aantrekkelijk vinden: de hotspotmonitor. Bij de toekomstige ontwikkeling van de HSM enqute tool en database staat deze primaire motivatie centraal.

Internationale ontwikkeling

De RUG werkt ook in internationaal verband aan de ontwikkeling van de Hotspotmonitor. In samenwerking met Martijn van der Heide van het LEI - Wageningen UR en Alterra is in januari 2010 in Groningen een internationale expert workshop gehouden"Towards improved measurement of landscape preferences: mixing methods and using GIS'. De uitkomsten van de workshop zullen verschijnen in een special issue van een internationaal tijdschrift. Voorzien is een vervolg workshop in 2011 gericht op Europese toepassing van de Hotspotmonitor. Bekijk het Programma
Download de pdf van de lokale/ regionale en nationale hotspots rondom de stad Groningen en rondom Arnhem.
download PDF